De grootste zwakte van VIC zit niet in het toetsen, maar in de opvolging
Dit artikel gaat over het meest onderschatte deel van het VIC-proces: wat er na de bevinding gebeurt. Niet het toetsen, maar het opvolgen bepaalt of VIC daadwerkelijk bijdraagt aan beheersing.
Het gat na de bevinding
In de meeste VIC-processen is de bevinding het eindpunt. Er wordt een afwijking geconstateerd, vastgelegd, opgenomen in een rapportage. Soms wordt er een maatregel geformuleerd. En dan? Dan verdwijnt het in een bestand, een tabel, een vergaderstuk.
Het probleem is niet dat bevindingen niet worden vastgelegd. Het probleem is dat de opvolging nergens structureel geborgd is. Er is geen herinnering, geen eigenaar, geen terugkoppeling. De maatregel bestaat op papier, maar leeft niet in de organisatie.
Het gevolg is voorspelbaar: dezelfde bevinding komt volgend jaar terug. In dezelfde rapportage, bij dezelfde afdeling, met dezelfde aanbeveling. Niet omdat niemand het wist, maar omdat niemand het oppakte.
Waarom accountants hier steeds scherper op letten
Een nieuwe bevinding is vervelend. Een herhaalbevinding is een signaal. Het zegt niet alleen iets over het proces, maar over het leervermogen van de organisatie. Over de vraag of het VIC-systeem niet alleen fouten vindt, maar ook zorgt dat ze worden opgelost.
In het kader van de rechtmatigheidsverantwoording en de dalende verantwoordingsgrens naar 2% worden herhaalbevindingen steeds zwaarder gewogen. Ze ondermijnen het verhaal van "in control zijn". Als dezelfde fout drie jaar achter elkaar terugkomt, is de vraag niet meer wat er mis is in het proces, maar wat er mis is in de besturing.
Accountants kijken daarom niet meer alleen naar de bevinding zelf, maar naar de keten erna: is er een maatregel geformuleerd? Is vastgelegd wie verantwoordelijk is? Is er een deadline? En is gemonitord of het risico daadwerkelijk afneemt?
Een herhaalbevinding is een signaal. Het zegt niet alleen iets over het proces, maar over het leervermogen van de organisatie.
Wat effectieve opvolging vraagt
Opvolging begint bij eigenaarschap. Niet "de organisatie" is verantwoordelijk voor een maatregel, maar een concreet persoon, op een concreet moment. Zonder eigenaar is een maatregel een voornemen. En voornemens verdwijnen.
Daarnaast vraagt opvolging om zichtbaarheid. De voortgang van maatregelen moet niet alleen bekend zijn bij de VIC-coördinator, maar ook bij de proceseigenaar en de concerncontroller. Het is onderdeel van de verantwoordingsketen.
Tot slot vraagt opvolging om terugkoppeling. Niet alleen: is de maatregel uitgevoerd? Maar ook: heeft het geholpen? Is het risico daadwerkelijk verminderd? Zonder die terugkoppeling is opvolging een administratieve handeling, geen verbetering.
En precies hier zit de stille test. Niet in de controle, maar in het vermogen om na de controle de juiste dingen te laten gebeuren. Structureel, navolgbaar, herleidbaar.
De kern
VIC wordt vaak beoordeeld op het aantal controles en de kwaliteit van bevindingen. Maar de echte waarde van VIC zit in wat erna komt. In de opvolging. In het vermogen van een organisatie om niet alleen te ontdekken wat er misgaat, maar om het ook daadwerkelijk te verbeteren.
Dat vraagt meer dan een Excel-sheet met maatregelen. Het vraagt eigenaarschap, monitoring en een terugkoppelingsloop die niet afhankelijk is van het geheugen van één persoon. Wie dat op orde heeft, bouwt aan structurele verbetering. Wie dat niet heeft, herhaalt zichzelf.
VIC wordt vaak beoordeeld op het aantal controles. Maar de echte waarde zit in wat erna komt.
Gerelateerd
De toekomst van VIC in de publieke sector
Positioneerstuk: VIC verschuift van afvinken naar risicogestuurd werken. Wat betekent dat voor je organisatie?
Lees artikelRechtmatigheid onder druk – de verantwoordingsgrens gaat naar 2%
Vanaf verslagjaar 2025 gelden de nieuwe BBV/BADO-regels. De maximale verantwoordingsgrens daalt van 3% naar 2%. Wat betekent dat concreet voor jouw VIC-aanpak?
Lees artikelVan VIC-rapportage naar paragraaf bedrijfsvoering: één verhaal
Dit is het centrale visiestuk van MonoConnect. Het raakt exact de kern van connected werken: één datalaag, twee lezers, geen reconstructie.
Lees artikel